donderdag 10 september 2009

Is het College Bescherming Persoonsgegevens selectief? (1)

Lang geleden, in 2003, heb ik via email contact gehad met het College Bescherming Persoonsgegevens. Wat was daartoe de aanleiding?
Op internet was ik gestoten op de website van de Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka. Op die site vond ik een lijst van Nederlandse rechts-extremisten. Van achttien personen werden daar gegevens vermeld over hun godsdienst en levensovertuiging, hun politieke gezindheid, hun ras, hun gezondheid, hun lidmaatschap van een vakvereniging en hun vermeende strafrechtelijk verleden. Bovendien werden geboortedata- en plaatsen vermeld, de namen van hun partners, familierelaties en stonden er foto’s van de betreffende personen op de site. Ik vroeg mij af: mag dat wel?
Ik heb de mensen van Kafka gemaild, maar die gaven geen sjoege. Daarna heb ik het CBP benaderd, op de website van Kafka gewezen en hen de volgende vraag voorgelegd:
Stel nu (en dat zit er dik in), dat het niet mag wat Onderzoeksgroep Kafka hier doet, wat dan? Kan ik dan bezwaar maken? Of kan dat niet omdat het niet mijzelf betreft, maar anderen, die ik niet ken? Gaat u, als college, die personen dan inseinen? Of is dat uw taak niet?
Ik kreeg, juist binnen een maand (!), een mailtje terug van mevrouw S. Artz, juridisch medewerker communicatie van het College. Ik ga niet citeren uit die mail (er staat ergens onderin een dreigende zin die begint met de woorden: De inhoud van dit bericht is vertrouwelijk blablabla). Artz ging niet concreet op de zaak in. Eigenlijk is het een heel nietszeggend, formeel mailtje, maar dat is vaak zo bij antwoorden van overheidsorganen op vragen van burgers. Ze wees me op de taken en bevoegdheden van de CBP, het bestaan van de WBP, de Wet Bescherming Persoonsgegevens, met name op de artikelen 6 t/m 9. Maar een specifiek antwoord op bovengestelde vraag heb ik niet gekregen.
Ik heb de zaak destijds verder laten rusten. Bovendien had ik toen nog geen blog, wat moest ik verder met de kwestie? Dat is het leuke van een blog: ook al interesseert het geen hond wat je schrijft, of wat jou bezighoudt, het staat toch maar lekker op internet. Duh.
Privacy is anno 2009 een veel hotter item dan destijds in 2003. Het CBP heeft veel goeds bereikt in die zes jaar en er ook voor gezorgd dat burgers, overheid en bedrijfsleven zich meer bewust zijn geworden van hun rechten en plichten op het gebied van privacy. Door de vele databanken, sociale websites e.d. is dat opeens actueel geworden. Het College publiceerde daar in 2007 het uiterst bruikbare Richtsnoeren publicatie persoonsgegevens op internet over.
Wat wil het geval, de website van Kafka bestaat nog steeds! Zelfde naam, webdesign nog steeds uit het jaar 2000, vrijwel niets veranderd, alleen is het lijstje rechts-extremisten aangegroeid tot zesentwintig personen.
Alles wat volgens het CBP en de WBP niet mag, doet Onderzoeksgroep Kafka nu juist wel. Al tien jaar lang. Onbegrijpelijk. Het CBP kan niet zeggen dat ze niet wisten van het bestaan van de site, want daar heb ik ze al in 2003 op gewezen. Wellicht hebben ze geprobeerd iets tegen Kafka te ondernemen, maar is ze dat niet gelukt. Ik ben zo vrij dat te betwijfelen. En het Openbaar Ministerie zal het wel weer te druk hebben gehad met boeven aanklagen.
Maar de belanghebbenden, de personen van wie op de site van Kafka hun doopceel wordt gelicht, hebben die zelf geen stappen ondernomen? Hebben ze geklaagd, bij Kafka, bij het CBP, bij de politie wellicht? Of vinden ze het wel stoer om op zo’n site te staan? Wie het weet mag het zeggen, ik heb in mijn vriendenkring geen rechts-extremisten.
Er blijft tenslotte maar een oplossing over: ik moet zorgen dat ik zelf op die site kom. Kan ik bij het CBP gaan klagen omdat ik belanghebbende ben. Ik moet alleen nog iets verzinnen waardoor ik noemenswaardig ben voor Kafka. Ik weet al iets: deze column. Want wie het opneemt voor fascisten is zelf een fascist, toch?

donderdag 23 april 2009

Martin Bril over Napoleon

Martin Bril kan voor geen meter rechtuit schrijven. Hij slaat zijweggetjes in, maakt opeens een rare gedachtesprong of legt plotseling een apart accent.
Zoiets dus.
Van die dingen.
Ik houd wel van die stijl. Niet op de snelst mogelijke manier van A naar B. Take the long way home. Het gaat bij schrijven niet alleen om de inhoud, maar zeker ook om de vorm.

Bovenstaand stukje had ik op de plank liggen, omdat ik Martins Napoleon-boekje, De kleine keizer, hier wilde bespreken. Maar dat heb je met die amateurbloggers als ik, er zit geen druk achter, er is geen deadline en het komt dus maar niet van die plank af.
En nu is Martin dood. Voor mij volslagen onverwacht, ik wist niet dat de kanker teruggekomen was. Weer een rock ‘n’ roll coryfee de kist in. Boudewijn Büch schreef ook al over rock ‘n’ roll en Napoleon. Een non-conformist was het wel, die Napoleon. Misschien is dat het.
Maar toch even over dat boekje. Als er over iemand veel is geschreven, dan is het wel over Napoleon. Er bestaat zelfs een publicatie waarin zijn leven van dag tot dag te volgen is (Itinéraire de Napoléon au jour le jour door Jean Tulard en Lois Garros). Dus je moet wel een verrekte goede reden hebben om daar iets aan toe te voegen.
Als je al redelijk ingelezen bent in Napoleon, biedt Bril niet veel nieuws. Ik haalde er toch iets uit: Napoleon had niet een, maar twee veldbedden mee op reis, zodat hij ’s nachts van bed kon wisselen. Dat wist ik nog niet. De ondertitel van De kleine keizer luidt: verslag van een passie. En dat is het. Hoe kan een weldenkende volwassen man zich met zo iets bezighouden? Ik herken me er helemaal in. Moet ik weer zo nodig ergens in Duitsland stoppen met de auto, omdat er een boom staat waaronder Napoleon waarschijnlijk heeft uitgerust. Napoleon wordt niet voor niets geassocieerd met geesteszieken. In psychiatrische inrichtingen vond je vroeger heel wat patiënten die dachten dat ze Napoleon waren. Maar gezien het gebrek aan geschiedenisonderwijs zal dat aantal snel teruglopen.
Moraal van het verhaal: als je eens iets wilt lezen over Napoleon, dan is het boekje van Bril een mooi begin. Hij kan goed maken wat al die saaie geschiedenisleraren hebben verzuimd. Mocht je een chronologische, no-nonsense levensbeschrijving van Napoleon willen lezen, kijk dan nog even verder.

vrijdag 20 maart 2009

Google Streetview

Met een computer en een snelle internetverbinding hoef je tegenwoordig de deur niet meer uit. Boodschappen doen, werken, filmpje kijken, alles kan vanachter de PC. Nu ik laatst Google Streetview heb leren kennen, heb ik er weer een reden bij om thuis te blijven.
Ik heb met behulp van Streetview een wandeling door Amsterdam gemaakt, langs plaatsen die ik goed ken. Het huis op de Jacob van Lennepkade waar mijn moeder opgroeide (dat hoge huis in het midden van de foto). Verscholen achter de bomen het huis in de Nicolaas Maesstraat waar ik ooit zelf heb gewoond. Café De Knijp, op de hoek van de Van Baerlestraat, zit er ook nog steeds, zie ik. In het oude archief op de Amsteldijk heb ik veel tijd doorgebracht. Maar ook in het nieuwe archief aan de Vijzelstraat ben ik regelmatig te vinden. Ik ga nog even langs mijn favoriete boekwinkel. Om tenslotte een afzakkertje te nemen in het beste café van Amsterdam.
Met behulp van de oude kadasterkaarten op WatWasWaar kan ik exact uitvogelen waar al mijn Amsterdamse voorouders hebben gewoond. Zou het huis er nog staan? Om zoiets te weten te komen was je vroeger ettelijke euro's aan treinkaartjes kwijt. Of aan parkeergeld en dat is in Amsterdam niet mals. Maar nu is dat allemaal gratis en binnen no-time te realiseren.
Om de slotregel van een gedicht van Gerard Reve aan te halen: Je vraagt je wel eens af: waar hebben wij het aan verdiend?
--
Google Streetview is te vinden op Google Maps.

dinsdag 3 maart 2009

Stadsarchief Keulen ingestort

Zit je net lekker te werken in de studiezaal, een middeleeuwse charter voor je op tafel, begint die tafel opeens te trillen. Het hele gebouw gaat vervolgens schokken en beven, iemand neemt je bij de arm en schreeuwt: Eruit! Eruit! Amper buiten gekomen hoor je het gebouw achter je instorten. Dat overkwam – volgens Die Welt – de Duitse historicus Paul S., die in het Keulse archief stukken raadpleegde voor zijn proefschrift.
Het gebouw is vanmiddag rond 14.00 uur volledig ingestort en tot nu toe (20.00 uur) zijn er nog geen doden gemeld. Wel wordt er van vermisten gesproken. Historicus Paul vertelt dat hij meteen de studiezaal is uitgerend, maar dat er zich daar nog oudere mensen bevonden, die minder snel ter been waren dan hij.
Over de oorzaak is nog niets bekend, echter naast het archief was men bezig met de bouw of verbouwing van een ondergrondse metrolijn.
Ik schrok van dit bericht. Ik ben nooit in het archief in Keulen geweest, maar ik kom regelmatig in het Amsterdamse stadsarchief dat ook naast een ondergrondse metrotunnel staat. Nu ziet het gebouw De Bazel er verschrikkelijk stevig uit, het is zeer onwaarschijnlijk dat het instort, maar toch. Met die metrobouwers van tegenwoordig weet je het maar nooit.
Juist de studiezaal van een archief is een plek waar vrijwel nooit iets opzienbarends gebeurt. Volgens velen is het daar zelfs ronduit saai. En dan zoiets. Ik heb een aantal foto’s gezien van het ingestorte gebouw, het is net of er een aardbeving heeft plaatsgevonden. Ik hoop van ganser harte dat er geen doden zijn gevallen, maar ik vrees het ergste.
En in de tweede plaats hoop ik dat er een aantal van die middeleeuwse charters behouden kunnen worden. Maar ook wat dat betreft zie ik het niet rooskleurig in. Een overstroming is het ergste voor archiefstukken en daarna brand, maar een instorting? De komende dagen zullen het uitwijzen.

zaterdag 28 februari 2009

DFA genealogie

Ja, u leest het goed: DFA, geen DNA. DNA- ofwel genetische genealogie raakt al aardig ingeburgerd, maar daar wil ik het deze keer niet over hebben.
Wel over DFA: Descent From Antiquity. Het is de genealogie die zich bezighoudt met de afstamming van de nu levenden van mensen uit de oudheid (Romeins tot de Constantijnse wending van 313 na Christus , maar ook Egyptisch en Aziatisch).
Sinds ik een mogelijke afstammingslijn heb gevonden met Karel de Grote (zie daarover mijn blog Een lijntje naar Karel), is de beer los. Ik wil meer!
Vroeger dacht ik: bij dit soort afstammingsonderzoek belanden we in het rijk der fabelen. Van mijn studie theologie weet ik nog dat de afstammingstabellen in de Bijbel (om aan te tonen dat Jezus van David afstamt), elkaar tegenspreken. In de bibliotheek van Ons Voorgeslacht in Rotterdam hing vroeger (nu nog?) een afstammingsreeks die terugvoerde naar Adam.
Misschien kent u de boeken van Sir Laurence Gardner, in het Nederlands vertaald als Erfopvolgers van de Graal en Oorsprong van de Graalkoningen? Nota bene: dit was nog ruim voor de Da Vinci Code van Dan Brown. Zeer vermakelijke lectuur. Maar daarover een andere keer.
Toch wordt er ook op wetenschappelijke wijze onderzoek gedaan naar afstamming uit de oudheid. Een naam die u in dit kader moet kennen is die van de Fransman Christian Settipani (geb. 1961), van huis uit computerspecialist. Vanaf eind jaren 1980 schreef hij een flink aantal boeken (in het Frans, sommige ook vertaald in het Engels), waarin hij materiaal aandraagt om te komen tot autoroutes généalogiques die ons verbinden met de oudheid.
De naam Settipani is bekend bij de genealogische incrowd, ook in Nederland. Maar het onderwerp waarmee hij zich bezighoudt verdient mijns inziens meer aandacht. Een van de problemen is echter dat zijn boeken in ons land vrijwel niet te krijgen zijn en dat ze in het Frans geschreven zijn. En Frans is geen wereldtaal meer, hoezeer de Fransen zelf ook het tegendeel beweren.
Wellicht een idee om een groepje DFA genealogie op te richten? Ik doe mee. Aanmeldingen aan Bas Lems via mijn profiel op deze site. Huiswerk voor de eerste bijeenkomst: lees het artikel Descent from antiquity op de Engelstalige Wikipedia-site.

vrijdag 6 februari 2009

Waterloo 2015

De beroemde Slag bij Waterloo die in 1815 plaatsvond tussen Napoleon enerzijds en de geallieerden onder Wellington, de Prins van Oranje en Blücher anderzijds, beleeft over enkele jaren zijn 200e verjaardag.
In Engeland zal dat breeduit gevierd worden, dat is een ding dat zeker is. In het Belgische plaatsje Waterloo zal het gevecht ook herdacht worden en anders komen in ieder geval de Britten in nog grotere getale die kant op dan ze nu al doen. De Fransen staan bij de naam Waterloo niet meteen te springen. Bovendien: hoe vier je een nederlaag?
De viering in Nederland is een probleemgeval. Ik denk dat we van regeringswege niet veel hoeven te verwachten. Ongetwijfeld zal het Legermuseum (nu nog in Delft, tegen die tijd in Soesterberg) er aandacht aan besteden. En het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Maar dat is dan ook hun niche. En VPRO's Andere Tijden. Ik zie de aanstaande koning Alexander nog geen krans leggen voor de gevallenen van 1815, maar misschien vergis ik me en gaat er met hem in het koningshuis een andere wind waaien.
Hoe dan ook, ik ga het wel herdenken. Sterker nog: ik ben nu al bezig met een project rond de herdenking van de Slag bij Waterloo. Allereerst met het opbouwen van een database met de namen en basisgegevens van alle mannen die hebben meegevochten of in ieder geval paraat stonden. Ik heb die lijsten vorig jaar na lang zoeken in een archief gevonden. In mijn vroegere onwetendheid ging ik er van uit dat er vast wel een boek in een bibliotheek ergens stond met die bijna 30.000 namen. Maar dat is dus niet zo. De geschiedwetenschap was tot nog niet zo lang geleden niet geïnteresseerd in de namen van de gewone man of vrouw. De new military historian Richard Holmes typeert de oude militaire geschiedenis als landkaarten met pijlen erop.
Door de opkomst van genealogie in de laatste decennia is er dan eindelijk aandacht voor het geploeter van onze arme voorouders. En voor de namen van al die mannen van een jaar of twintig die zoveel ellende hebben doorstaan in de blubber van Waterloo. Zoals ik al vaker heb gezegd: genealogie is een middel om die hele grote geschiedenis een klein beetje van jezelf te maken.

maandag 26 januari 2009

Ons Voorgeslacht in een nieuw jasje

De Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie Ons Voorgeslacht is niet meer. Vanaf 1 januari 2009 is het de Hollandse Vereniging voor Genealogie geworden. Expansiedrift? Een grotere afzetmarkt? Wellicht, maar er zijn ook puur historische gronden voor een naamsverandering. Ik zit al lang bij die club, het was de eerste vereniging waar ik lid van werd toen ik stamboomonderzoek ging doen. Lange tijd verkeerde ik in de veronderstelling dat er naast die Zuidhollandse- dan ook een Noordhollandse vereniging moest zijn. Maar die was er niet en die is er ook nooit gekomen. Het Westfries Genootschap heeft een werkgroep Stichting Westfriese Families met een periodiek van dezelfde naam. Maar dat is om diverse redenen niet te vergelijken met Ons Voorgeslacht.
Na 63 jaar is er behalve de naam nog iets veranderd en wel de (ook genaamd het) omslag. Er was eigenlijk nooit een omslag. Net zoals bij Gens Nostra van de NGV en het bovenstaande Westfriese Families begon het eerste artikel gewoon op de voorpagina. Bij een jubileum- of themanummer kwam er soms een kaftje van iets dikker papier, maar dat bleef een uitzondering.
Dat had een reden. Heel wat mensen lieten tijdschriften vroeger inbinden door een boekbinder. Sommigen deden het zelf, al dan niet met behulp van geprefabriceerde banden, reeds voorzien van de titel van het periodiek. Maar waar vind je tegenwoordig nog een binder en als je er al eentje vindt, is die dan nog te betalen? Hetzelfde heb ik met gravures. Als ik die laat inlijsten door een bepaalde lijstenmaker in Bussum ben ik 80 euro kwijt (per stuk). En dat is dan nog zonder museumglas. Vakmanschap is mooi, maar het is niet meer te betalen.
Ook de opkomst van de computer heeft een boel veranderd. Van Ons Voorgeslacht heb ik de eerste zestig jaargangen op cd-rom. De allereerste jaargangen waren in mijn tijd al niet meer te krijgen, bovendien hoeveel meter boekenplank zouden al die jaargangen niet beslaan? Wat er ook voor nadelen mogen kleven aan het overzetten van boeken en tijdschriften op een digitaal medium (de OCR-techniek is nog steeds niet foutloos), de voordelen zijn vele malen groter.
Nu dus een full colour omslag. De inhoud is verreweg het belangrijkste, maar het oog wil ook wat. Bovendien is het handig dat op de binnenzijde van de omslag nu een korte inhoudsopgave staat. Het gebeurde vaak dat ik een jaargang helemaal door moest spitten op zoek naar een artikel, dat gaat nu stukken sneller.
Sommigen zullen altijd wat te klagen houden. Vergeleken met de glossy’s in de supermarkt zijn de genealogische tijdschriften natuurlijk oerlelijk. Maar voor een beetje lifestyle magazine moet je flink in de buidel tasten, de schoorsteen van de uigevers moet immers ook roken. En neem maar van me aan dat hun kachels niet branden op turf.
Klein puntje: op de achterbinnenzijde van de omslag wordt nog steeds gesproken van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie (twee maal). Dat moet er nog even uitslijten.