Op internet was ik gestoten op de website van de Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka. Op die site vond ik een lijst van Nederlandse rechts-extremisten. Van achttien personen werden daar gegevens vermeld over hun godsdienst en levensovertuiging, hun politieke gezindheid, hun ras, hun gezondheid, hun lidmaatschap van een vakvereniging en hun vermeende strafrechtelijk verleden. Bovendien werden geboortedata- en plaatsen vermeld, de namen van hun partners, familierelaties en stonden er foto’s van de betreffende personen op de site. Ik vroeg mij af: mag dat wel?
Ik heb de mensen van Kafka gemaild, maar die gaven geen sjoege. Daarna heb ik het CBP benaderd, op de website van Kafka gewezen en hen de volgende vraag voorgelegd:
Stel nu (en dat zit er dik in), dat het niet mag wat Onderzoeksgroep Kafka hier doet, wat dan? Kan ik dan bezwaar maken? Of kan dat niet omdat het niet mijzelf betreft, maar anderen, die ik niet ken? Gaat u, als college, die personen dan inseinen? Of is dat uw taak niet?
Ik kreeg, juist binnen een maand (!), een mailtje terug van mevrouw S. Artz, juridisch medewerker communicatie van het College. Ik ga niet citeren uit die mail (er staat ergens onderin een dreigende zin die begint met de woorden: De inhoud van dit bericht is vertrouwelijk blablabla). Artz ging niet concreet op de zaak in. Eigenlijk is het een heel nietszeggend, formeel mailtje, maar dat is vaak zo bij antwoorden van overheidsorganen op vragen van burgers. Ze wees me op de taken en bevoegdheden van de CBP, het bestaan van de WBP, de Wet Bescherming Persoonsgegevens, met name op de artikelen 6 t/m 9. Maar een specifiek antwoord op bovengestelde vraag heb ik niet gekregen.
Ik heb de zaak destijds verder laten rusten. Bovendien had ik toen nog geen blog, wat moest ik verder met de kwestie? Dat is het leuke van een blog: ook al interesseert het geen hond wat je schrijft, of wat jou bezighoudt, het staat toch maar lekker op internet. Duh.
Privacy is anno 2009 een veel hotter item dan destijds in 2003. Het CBP heeft veel goeds bereikt in die zes jaar en er ook voor gezorgd dat burgers, overheid en bedrijfsleven zich meer bewust zijn geworden van hun rechten en plichten op het gebied van privacy. Door de vele databanken, sociale websites e.d. is dat opeens actueel geworden. Het College publiceerde daar in 2007 het uiterst bruikbare Richtsnoeren publicatie persoonsgegevens op internet over.
Wat wil het geval, de website van Kafka bestaat nog steeds! Zelfde naam, webdesign nog steeds uit het jaar 2000, vrijwel niets veranderd, alleen is het lijstje rechts-extremisten aangegroeid tot zesentwintig personen.
Alles wat volgens het CBP en de WBP niet mag, doet Onderzoeksgroep Kafka nu juist wel. Al tien jaar lang. Onbegrijpelijk. Het CBP kan niet zeggen dat ze niet wisten van het bestaan van de site, want daar heb ik ze al in 2003 op gewezen. Wellicht hebben ze geprobeerd iets tegen Kafka te ondernemen, maar is ze dat niet gelukt. Ik ben zo vrij dat te betwijfelen. En het Openbaar Ministerie zal het wel weer te druk hebben gehad met boeven aanklagen.
Maar de belanghebbenden, de personen van wie op de site van Kafka hun doopceel wordt gelicht, hebben die zelf geen stappen ondernomen? Hebben ze geklaagd, bij Kafka, bij het CBP, bij de politie wellicht? Of vinden ze het wel stoer om op zo’n site te staan? Wie het weet mag het zeggen, ik heb in mijn vriendenkring geen rechts-extremisten.
Er blijft tenslotte maar een oplossing over: ik moet zorgen dat ik zelf op die site kom. Kan ik bij het CBP gaan klagen omdat ik belanghebbende ben. Ik moet alleen nog iets verzinnen waardoor ik noemenswaardig ben voor Kafka. Ik weet al iets: deze column. Want wie het opneemt voor fascisten is zelf een fascist, toch?


