woensdag 19 november 2008

Persoonskaarten en privacy

In de periode 1938-1994 werd van elke Nederlander een persoonskaart aangelegd. Deze kaarten, die door de gemeenten werden bijgehouden, vormden een soort losbladig bevolkingsregister. In 1994 is men overgegaan op een geautomatiseerde bevolkingsboekhouding, de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA).
De persoonskaarten van overledenen en vanaf 1994 de persoonslijst, een papieren uitdraai van de persoonsgegevens, worden bewaard bij het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag, als het zogenaamde centraal archief van overledenen. Uittreksels van deze kaarten- en lijsten zijn, schriftelijk en tegen kosten, door iedereen op te vragen. Bijvoorbeeld door notarissen die de erfgenamen van een overledene zoeken. Of door stamboomonderzoekers.
In verband met de privacy van betrokkenen worden bepaalde gegevens niet in het uittreksel vermeld: de woonadressen (jonger dan 20 jaar), de oorzaak van overlijden, godsdienst, maar ook zaken als ontzetting uit de ouderlijke macht, opnamen in een psychiatrische inrichting e.d. Die gegevens worden trouwens ook niet bekend gemaakt aan nabestaanden, dus als u de oorzaak van overlijden van uw grootmoeder wilt weten, dan hebt u domweg pech.
Sinds en door de opkomst van internet wordt er opnieuw veel aandacht aan privacyproblematiek besteed. En dat is terecht. Met een druk op de knop kun je vaak redelijk wat over iemand te weten komen. Dat beangstigt velen van ons. Mijns inziens is die angst niet altijd op feitelijkheid gebaseerd (dat is vaak zo bij angst). Je bespied voelen is iets heel persoonlijks, de een heeft daar meer last van dan de ander. Het gaat erom welke persoonsgegevens van u werkelijk te traceren zijn en wat iemand met slechte bedoelingen met die gegevens kan doen.
De Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) geeft (impliciet) aan hoe stamboomonderzoekers met persoonsgegevens van nog levende personen dienen om te gaan. In de praktijk is het gebruik gegroeid dat je op internet niet ongevraagd gegevens publiceert van anderen. Dus niet de geboortedatum van je zus, om maar wat te noemen, zonder haar eerst om toestemming te vragen. Ook al denk je haar nog zo goed te kennen en ook al is de kans groot dat ze er geen bezwaar tegen heeft.
Op het Stamboom Forum ontspon zich laatst de discussie of de inzagemogelijkheid van persoonskaarten- en lijsten niet in strijd is met de privacy. Overledenen vallen niet onder de WBP, die hebben in principe geen privacy. Maar op de kaarten- en lijsten staan vaak ook de basisgegevens van de kinderen van de overledene: volledige naam, geboorteplaats en geboortedatum. En soms de partner van het kind en de datum van het huwelijk. Die gegevens zijn dus door iedereen te achterhalen en dat schiet sommigen van ons in het verkeerde keelgat.
Wat weinigen weten is dat tegen deze openbaarmaking bezwaar gemaakt kan worden. En wel op grond van artikel 54 van de Regeling Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens:
1. Een ieder omtrent wie gegevens zijn opgenomen in het centraal archief van overledenen kan de minister schriftelijk verzoeken, geen gegevens die hem betreffen aan een derde te verstrekken. Artikel 79, vierde en vijfde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
2. De verzoeker verstrekt de benodigde inlichtingen om aan het verzoek te kunnen voldoen.
3. De minister geeft aan het verzoek binnen vier weken gevolg en doet daarvan terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker.
4. In afwijking van het eerste lid kunnen gegevens omtrent de verzoeker aan een derde worden verstrekt, indien de verstrekking noodzakelijk is in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift en de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
5. De minister maakt een beschikking om niet te voldoen aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na het verzoek bekend aan de verzoeker.
6. De minister maakt een beschikking om krachtens het vierde lid gegevens omtrent een levende persoon te verstrekken terstond bekend aan de betrokkene. Hij geeft geen uitvoering aan de beschikking binnen een bij die beschikking gestelde termijn.

Het Centraal Bureau voor Genealogie maakt op haar website tot op heden geen melding van deze mogelijkheid en ook het informatieblad Persoonskaarten en persoonslijsten (editie januari 2008), dat van de site te downloaden is, geeft hierover geen uitsluitsel. Het is wellicht een idee als het CBG bovendien een voorbeeldbrief, met een dergelijk verzoek aan de minster, op de website zou plaatsen. Van mij krijgt de minister geen verzoek, ik heb niet zoveel problemen met de huidige gang van zaken, maar ik denk dat een aantal Nederlanders graag van deze mogelijkheid gebruik zal maken.

0 reacties: